Weg met Februari

AMSTERDAM - Het zijn grauwe dagen. Februari is nooit mijn favoriete maand geweest. Soms lijkt de lente al een beetje in de lucht te hangen, maar dan worden we weer snel toegedekt met een grote grijze wolkendeken. Ik wil bij deze vast mijn excuses maken aan de mensen die in februari jarig zijn. Dat zijn vast hele zonnige mensen. Op het platteland heeft het nog wel iets moois, dat grijs. Het landschap verandert in een mysterieus dampend toneel waar schapen alleen te herkennen zijn aan de blauwe strepen op hun kont. In de stad is dit weer ronduit deprimerend. Hadden de duiven maar een fris groen verenjasje zoals hun tropische collega’s.

Het helpt niet dat er weer eens een somber bericht verschijnt over ons klimaat. Zonder snel ingrijpen zal de opwarming van de aarde nog veel sneller gaan dan tot nu toe werd voorspeld, denkt  één van de wetenschappers van het toonaangevende  Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), Chris Field.

Field denkt dat de CO2 die nu nog veilig ligt opgeslagen  in de tropische regenwouden en het poolijs, vrij zal komen door het kappen van bomen en het smelten van het poolijs. De hoeveelheid CO2 die ons dan tegemoetkomt zal de opwarming van de aarde in een stroomversnelling brengen. Als een boemerang krijgen we onze eigen vervuiling terug.

Daar sta je dan met je goede bedoelingen. Je krat met oud papier, je LED lampen en biologische boodschappen. In mijn dikke trui met de verwarming laag, bedenk ik ineens dat mijn eigen kleine strijd tegen de opwarming van de aarde misschien wel volkomen nutteloos is. Op de zee drijft een plastic eiland en de tropische bossen zitten vol met CO2. We hebben ons eigen graf gegraven.

Even later bedenk ik al fietsend door de regen hoe we aan ons einde zullen komen. Als we dan toch niet meer te redden zijn hoop ik dat we zullen verdrinken. Dat schijnt best een prettige manier van sterven te zijn. Wanneer mijn paraplu voor de zoveelste keer binnenstebuiten waait en ik getrakteerd wordt op een plens regenwater van een voorbij scheurende auto,  begin ik te begrijpen wat depressieve mensen zeggen.

Thuis wacht er een poes in de deuropening. We staren elkaar aan, hebben allebei natte haren. Met een minihanddoekje wrijf ik haar gestreepte vacht droog. Spinnend knijpt ze haar ogen toe. Mijn februaridepressie is officieel voorbij.

Posted in: Amsterdam, Columns
By Mette Te Velde, 24-02-2009

Leave a Comment

Name (verplicht)

Email (required - will not be published)

Website (not required)

Reacties